Zwanger

Ooit was ze er één van een tweeling. Nog voor haar geboorte. Er is een gemis, dat daar zijn oorsprong heeft. Bij het nooit-geboren zusje. Ze is ter wereld gekomen en heeft leren lopen. Maar het is alsof ze nog altijd op één been loopt. En niemand heeft haar kunnen stutten.

Samen lopen we naar de twee Shetlandpony’s, een witte en een donkere, die op een afgezet stuk van het terrein staan. Het is een experiment; ik weet niet of ze mee zullen coachen. Toen ik eerder op de dag bij ze stond te kijken, waren ze behoorlijk onverstoorbaar. Maar ik krijg het antwoord gauw. Zodra we langs het gaaswerk staan, komen ze in beweging. Ze lopen op ons af en gaan voor onze neus met elkaar staan kroelen. Hun hoofden bij elkaars flank. Het ziet eruit als een yin en yang-teken.

‘Zo was het misschien in de baarmoeder’, zeg ik.

Ze slikt, geraakt, en knikt.

Dan loopt één pony weg.

‘Wie is dat?’, vraag ik.

‘Mijn zusje…’ Ze zegt het ademloos.

‘En ik kan er niet bij. Ik kan niet achter haar aan.’

Ik hoor de overtuiging in haar stem, maar zie iets anders. De ruimte tussen haar en de pony is vrij. Ze hoeft er alleen maar heen te lopen.

Ik nodig haar uit en ze loopt naar de pony die haar zusje representeert, het zusje dat niet kon blijven. Ze knielt bij haar neer in het gras en de pony legt zijn snuit in haar handen.

Als ze even later naast de pony staat, vraag ik: ‘Kun je tegen haar zeggen: ‘waar ik ga, ga jij met mee’?’

‘Waar ik ga, ga jij mee….’ Ze zegt het aarzelend, vragend, kijkt verliefd maar vertwijfeld naar de pony naast haar. ‘Afgesproken?’, vraagt ze.

‘Het is geen vraag’, zeg ik. ‘Het is een gegeven.’

Ze kijkt me verbaasd aan, kijkt dan weer naar de pony. ‘Waar ik ga, ga jij mee….’, herhaalt ze, stellender nu en ik zíe het kwartje bijna vallen.

Terwijl het besef langzaam tot haar doordringt, het besef dat ze nooit echt alleen zal zijn, komt de tweede pony eraan lopen en is er weer contact. Zacht, fluisterend, liefdevol contact. Als ze het binnen wil halen, het vast wil pakken, vertrekt het weer. Als ze open en ontvankelijk is, kan het blijven.

‘Het is fluisterzacht’, zeg ik, en we laten in het midden wat ‘het’ is.

We bedanken de pony’s en lopen terug. Ik vraag haar hoe het nu is.

‘Het voelt alsof ik zwanger ben’, lacht ze. En haar hand aait gedachteloos haar buik. 

***

Er bestaat een brug tussen de werkelijkheid die we kennen, waar jij en ik gescheiden entiteiten zijn – verbonden mogelijk, maar gescheiden – en de wijsheid van de kudde, waar we de kudde zijn. In een sessie als deze is die brug bijna tastbaar.

Het is een moeilijk gegeven: dat we de kudde zijn. Onbegrijpelijk voor ons hoofd, volstrekt helder voor onze ziel – als we de brug lopen. Er ligt veel troost in; dat er een laag is waarop we niets kwijt (kunnen) raken. En er ligt ook leegte in: er is niets meer te zoeken, aanvaarding is de enige weg.

(Verhaal en foto met toestemming geplaatst.)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s